De Franse Slag: deel 5

16 mei – Het begin van het einde

Zoals gezegd verliep de nacht van 15 op 16 mei onrustig. De Duitsers voerden infanterie, artillerie, gepantserde voertuigen en geniemateriaal aan. De voorbereidingen concentreerden zich bij de Postbrug en de Vlakebruggen. In de niet-bezette gedeelten tussen de compagnieën vonden in de afgelopen nacht op kleine schaal infiltraties plaats. Majoor Périer was zich ervan bewust dat de aanval nu niet via de Oosterschelde zou komen en verplaatste het 3e Bataljon West van Kapelle als reserve. Op 16 mei bij aanbreken van de dag nam het geweer- en artillerievuur aan het kanaal toe. Herhaaldelijk wierpen Stuka’s bommen af om daarna hun doelen met de boordwapens onder vuur te nemen In Hansweert werd de 3e Compagnie hevig vanaf de oostoever onder vuur genomen. Energiek werd het vuur van de vijand beantwoord, ze ondernam verder geen pogingen om aan te vallen. Bij de Vlakebrug kreeg de 1e Compagnie van luitenant Thibault het zwaar te verduren. Herhaaldelijke vliegtuigaanvallen en mortiervuur wierpen aarde op waardoor storingen optraden bij de mitrailleurs. Ze werden telkens weer schietklaar gemaakt. Gebrek aan wapenolie was uiteindelijk de hoofdoorzaak dat ze uiteindelijk niet meer gebruikt konden worden. De pelotons bevonden zich links en rechts van de omhooglopende weg. De linkerpelotons kregen vuur uit het noorden. Uit de richting van Schore werd geschoten op de rechterpelotons. De gewonden werden bij de met zakken meel versterkte commandopost gebracht.

De verschillende ordonnansen die naar de bataljonscommandopost in Kapelle werden gestuurd kwamen niet terug. Thibault besloot zelf naar Biezelinge te gaan, onderweg werd hij meermalen beschoten. Hij rapporteerde kapitein Day de situatie aan de brug en kreeg zelf informatie dat de aanval overal was ingezet. Op de terugweg doken vliegtuigen omlaag en bestookten hem met mitrailleurvuur. Terug bij zijn compagnie vond hij zijn versterkte commandopost ‘ingesneeuwd’. Eén van de gewonden vertelde, dat een Duitse motorrijder er een handgranaat in had gegooid. Omstreeks 12.00 uur werd de compagnie uit drie richtingen beschoten. Bij de brug zouden één pelotonscommandant, vier groepscommandanten en een tiental soldaten gesneuveld zijn. Verder werd één man vermist en waren er tientallen gewond.31) Om omsingeling te voorkomen verliet de compagnie de Vlakebruggen.

De rechterpelotons trokken terug in de richting van Schore en de linker naar het 2e Bataljon. Luitenant Bazin was commandant van één van deze pelotons. Er was weinig munitie, per geweer twintig patronen en een paar handgranaten. De niet-schietklare mitrailleurs en de daarbij behorende munitie had men meegenomen in de hoop wapenolie te krijgen. De 6e Compagnie had ook geen wapenolie meer. De munitie werd aan de nog werkende mitrailleurs afgestaan. Op de Postweg kwam hij omstreeks 14.30 uur kapitein Le Goff tegen die met zijn compagnie naar de brug trok. Op dat moment werd er hevig op zijn compagnie geschoten, hij besloot de vijand aan te vallen.

Le Goff gaf Bazin opdracht om de regimentsstaf hiervan op de hoogte te stellen. In Kapelle stootte Bazin plotseling op een achttal Duitse soldaten die om de hoek van een zijstraat rondom een auto stonden. Bazin schoot direct en één van hen viel neer. De overige Duitsers namen het initiatief over en schoten met automatische wapens terug. Bazin vluchtte achter een struik in een voortuin dertig meter verderop, terwijl de rest van zijn eenheid zich overgaf. De Duitsers zochten naar Bazin die nu alleen nog handgranaten had. Toen vier of vijf achtervolgers de struik op tien meter waren genaderd gooide hij een aanvalshandgranaat gevolgd door een scherfgranaat. Hij kreeg twee scherven in de zij en viel. Een half uur later dacht hij twee burgers te zien die hem konden helpen. Het waren echter Duitsers die hem gevangen namen en bij andere gevangen genomen Fransen brachten. Maar de bewaking was zo slecht dat zij konden ontsnappen. Sluipend en schuilend verlieten zij Kapelle en konden zij zich in de buurt van Schore bij hun eigen troepen aansluiten.32)

De regimentsstaf

De regimentsstaf in Kapelle ontving verwarde berichten. Tussen 08.30 en 09.00 scheen er een bres geslagen te zijn in de verdediging. De vijand was met kleine groepen infanterie en pantserwagens erin geslaagd over het kanaal te komen en spoedde zich zo snel mogelijk naar het Westen. Daarbij toonden zij weinig belangstelling voor eventuele tegenstanders links en rechts van de weg. Kapelle werd door vliegtuigen gebombardeerd en door artillerie beschoten. Ook de regimentscommandopost ontkwam daar niet aan.

Het lawaai van mitrailleurvuur, bomexplosies en rook maakte duidelijk dat er een hevig gevecht aan de gang was in de buurt van Schore. De regimentscommandant besloot majoor Bourgon naar de commandopost van het 1e Bataljon in Biezelinge te sturen om zich te laten informeren. Maar ook kapitein Day had geen contact meer met zijn compagnieën in Schore en de Vlakebruggen. Wel was duidelijk dat de omstandigheden drastisch veranderd waren. Bourgon besloot zelf poolshoogte te nemen. Samen met kapitein Davoy ging hij met de auto, die door de korporaalaalmoezenier Étoc werd bestuurd, in de richting van het gevechtsrumoer. Bij de Smokkelhoek reden zij in op groepen oprukkende Duitsers die onmiddellijk het vuur openden. De drie Fransen vonden daarbij de dood. Zij werden na de gevechten door burgers in de directe omgeving begraven.

De Postbrug

Bij de Postbrug kreeg de 6e Compagnie het zwaar te verduren. De vijand had de druk verhoogd en het was duidelijk dat hier een aanval zou volgen. Majoor Bouvier rapporteerde dit aan de regimentsstaf en vroeg dringend om de vrachtwagens van zijn gevechtstrein te sturen. De Duitse mitrailleur die in het brugwachtershuis de hele oostoever bestreek was nog steeds niet buiten gevecht gesteld. Met de inzet van artillerie riskeerde men de eigen troepen met kort vallende granaten te treffen. Majoor Bouvier overlegde met de artillerieofficier en besloot over een frontbreedte van tweehonderd meter tegenover het brugwachtershuis de bezetting terug te trekken. Het risico van ‘kortvallers’ werd zo vermeden. Luitenant Hernandez begaf zich per fiets naar de compagnie om deze opdracht over te brengen. Op de terugweg wou hij zich ervan verzekeren dat de versterkte compagnie van Le Goff op het bevolen kruispunt West van de brug aanwezig was. Tot zijn schrik zag hij niemand. Aan Le Goff was de vorige avond het kruispunt op de Michelinkaart aangewezen. Op deze kaart had de Postweg slechts één kruispunt, namelijk die bij Teekenburg. In de duisternis kwam hij bij het eerste, niet op de kaart vermelde, kruispunt na Kapelle en nam daar positie in. Hernandez stuurde om 10.15 uur een ordonnans op de fiets naar Le Goff met een geschreven opdracht om alsnog het juiste kruispunt te bezetten. Een andere ging naar de regimentsstaf om de situatie te rapporteren.

Maar Kapelle was niet meer te bereiken, kleine groepjes Duitsers waren reeds op verschillende plaatsen rond het dorp actief. De regimentscommandopost bij de School met de Bijbel werd sinds 06.00 uur onophoudelijk door vliegtuigen gebombardeerd en vervolgens met boordwapens beschoten. De situatie op de wegen verslechterde met het uur, alles wat op de weg bewoog werd door vliegtuigen met mitrailleurs beschoten.

Voor het front van de 7e Compagnie dreef rond 10.15 uur een dikke rook, afkomstig van een brandende schuur. Tussen de rookwolken door kon men aan de overkant de vijand met ladders zien lopen. De luchtbombardementen werden heviger, maar veroorzaakten weinig verliezen. Wel raakten de mitrailleurs defect door de zandregen die door de explosies werden veroorzaakt. Achter de 7e Compagnie klonk het knetterende geluid van Duitse automatische wapens. Er vielen vele gewonden. Onder hen soldaat Donatien Hamon uit Derval. Hij werd door een ‘parachutist’ in een boom geraakt. De goed gecamoufleerde ‘parachutist’ zou zich daar al voor de komst van de Fransen hebben verborgen. Toen hij bloed opgaf dacht Hamon, dat zijn laatste uur was gekomen. Na de gevechten werd hij behandeld door dokter Gnirrep in Wemeldinge. Een kogel had zijn long, milt en ingewanden getroffen.33)

Onder dekking van de rook slaagde de vijand er in om de opengedraaide Postbrug met touwen weer dicht te trekken. Onzichtbaar achter de oostelijke dijk naderden pantserwagens die zich opstelden om over de brug te rijden. De Duitsers benutten het ontruimde front van tweehonderd meter en staken het kanaal ten noorden van de Postbrug met rubberboten over. Het artillerievuur op het Duitse mitrailleurnest in het brugwachtershuis had geen effect. Zonder op de verliezen te letten zette de vijand de aanval voort. Hierbij werden zij uitstekend ondersteund door Stuka’s. Op sommige plaatsen leek het op een gevecht van man tegen man. Bij de 7e Compagnie raakte kapitein Simon gewond, luitenant Mercier werd gedood. Van luitenant Nau van de 6e Compagnie werden beide benen verbrijzeld. Luitenant Hernandez vond op weg naar de commandopost van het 2e Bataljon de dood. De 5e Compagnie in Wemeldinge werd niet over de grond aangevallen. Wel kreeg de compagnie onophoudelijk artillerievuur en luchtaanvallen te verduren. Deze veroorzaakten gelukkig weinig verliezen. In dezelfde tijd arriveerde luitenant Huguet met de gevechtstrein van het 2e Bataljon bij de commandopost. Onderweg kon hij verschillende keren de gemotoriseerde Duitse groepen die naar Walcheren snelden slechts ternauwernood ontwijken.

16 mei – De Duitse doorbraak en tegenmaatregelen

In de loop van de morgen braken de Duitsers door bij de Postbrug en de Vlakebruggen. Motorvoertuigen en -fietsen en zelfs pantserwagens reden zo snel mogelijk over de Rijksweg naar de Sloedam en bekommerden zich niet om de Fransen in het zijterrein. Generaal Deslaurens, divisiecommandant van het 60e Division d’Infanterie, waartoe het 271e Régiment d’Infanterie behoorde, trachtte de kansen te keren. Hij gaf opdracht aan het 1e Bataljon van 224e Régiment d’Infanterie, een eenheid van de 68e Division d’Infanterie, om zich oostelijk van Kapelle gereed te houden voor een tegenaanval. De commandant van dat bataljon meldde dit, via de bevelslijnen, aan zijn commandant. Dat was generaal Durand, deze gaf het bataljon de tegenorder om zich naar Walcheren te verplaatsen. Terwijl het op weg was naar zijn nieuwe positie werd het in de namiddag zonder slag of stoot krijgsgevangen gemaakt. In Middelburg probeerde Deslaurens luchtsteun te krijgen voor de Vlakebruggen, maar die was niet beschikbaar. Wel werd een Chasseur opdracht gegeven om artillerievuur op de Vlakebruggen af te geven. Deslaurens ging terug naar Kapelle waar de toestand heel verward was. Majoor Périer zette zijn drie reservecompagnieën in voor een tegenaanval. 34)

De tegenaanval van kapitein Soyer op de Postbrug

Tegen 11.45 uur trok het grootste deel van de 7e Cie zich terug op het verkenningsdetachement van kapitein Soyer, dat net opdracht kreeg van majoor Bouvier om de vijand bij de Postbrug te verdrijven. Soyer was vader van vijf kinderen. Eerder waren hem andere functies aangeboden, die hij weigerde. Luitenant Robineau bood hem aan om in zijn plaats de eerste aanvalsgolf te leiden. Soyer sloeg het aanbod af met de woorden: ‘Ik heb in ‘14 -’18 gestreden,het is aan mij om mijn mannen te tonen hoe ze moeten vechten’. Terwijl de aanvallers de dijk naderden werd Soyer dodelijk in de hals getroffen. Luitenant Robineau spoedde zich naar voren en nam het commando over. Maar vijandelijk vuur en Frans artillerievuur nagelden de aanvallers aan de grond. Door zijn kijker zag hij dat Duitse tirailleurs zijn rechterflank van achteren naderden.35) Hij vreesde omsingeld te worden en trok terug naar de uitgangspositie. Robineau kreeg een nieuwe opdracht. Hij moest met zijn verkenningsdetachement een opstelling bij Kattendijke innemen. Daar moest hij de terugtocht van het 2e Bataljon dekken zodat het via de dijk naar Walcheren kon gaan. Om 13.30 uur moest de opdracht uitgevoerd zijn.

De aanval van de 9e Compagnie van Le Goff bij de Postweg

Om 02.30 uur was Le Goff bij het eerste kruispunt ten oosten van Kapelle gearriveerd en dacht op de bevolen positie te zijn gearriveerd. De compagnie groef zich in terwijl het verkenningsdetachement dat hem zou versterken iets verder reeds in positie was. De doodvermoeide soldaten vielen in slaap. In de vroege ochtend hoorde Le Goff geweervuur en explosies bij het kanaal en begreep dat de aanval was begonnen. Om 12.00 uur werd de situatie duidelijker voor Le Goff. Een groep Duitsers zou het kanaal overgestoken zijn en bevond zich nu ten zuiden van de Postweg. Le Goff besloot deze vijand buiten gevecht te stellen. De compagnie liep in colonne aan weerszijden van de weg. Nauwelijks had de compagnie achthonderd meter afgelegd of de eenheid werd uit een bos in het zuiden beschoten. Veronderstellend dat het een lichte weerstand zou zijn besloot de commandant tot de aanval. Maar het bleek een robuuste vijand te zijn, ondersteund door pantserwagens met zware mitrailleurs. Le Goff kwam onder hevig vuur te liggen, even later gevolgd door artillerievuur en luchtaanvallen. De compagnie leed zware verliezen, vooral bij de mitrailleurgroepen. De luitenants Hardel en Trousson sneuvelden. Ook vanuit het zuidwesten werd op de compagnie geschoten. Men vreesde voor een omsingeling. De compagnie brak de aanval af en trok terug op Kapelle. Vanuit zijn schuilplaats aan de Spaartweg zag de heer Rouw hoe op de Postweg Franse soldaten te voet en op de fiets naar Kapelle vluchtten terwijl Duitse vliegtuigen hen mitrailleerden .36)

 

Einde deel 5

Comments are closed.