De Franse Slag: deel 3

De Franse Slag, de strijd van het Franse 271e Régiment dÍnfanterie , in de globale driehoek Kapelle, Hansweert, Wemeldinge.

Deel 3

De Fransen komen

De in de inleiding genoemde Groupement Beauchesne, gemotoriseerde verkenningseenheden, was reeds in de vroege avond van 10 mei op Walcheren en Zuid-Beveland. Ze werd overal verspreid, ook in Kapelle. De pantserwagens trokken veel belangstelling. In 2007 zond Omroep Zeeland een filmfragment uit waarin drie pantserwagens en andere voertuigen de Abdijpoort in Middelburg binnenreden. De commentaarstem merkte op dat bij de toeschouwers weinig enthousiasme te bespeuren was. In Wemeldinge zag Cornelis Dagevos (dertien jaar) hoe drie pantserwagens over de Bonzijbrug het dorp binnenreden. Ze bleven een poosje ergens staan en gingen toen verder in de richting van Kapelle.18) Dat verkenningseenheden vele pantservoertuigen, motoren en andere voertuigen hadden wordt door een benzineleveringsstaat bewezen. Het vermeldt dat in Kapelle op 11 mei aan de Fransen 8.750 liter benzine werd geleverd. En petroleum ‘in bulk’. Gerard Ruissen (negentien jaar) stond met enkele vrienden op zaterdag 11 mei rond 19.00 uur bij de sigarenwinkel van Sinke in de Ooststraat. Hoog in de lucht was een Duits vliegtuig. Een paar Franse soldaten namen het met een mitrailleur onder vuur. Ondanks dat het schieten geen resultaat opleverde, hadden zij daarbij zichtbaar veel plezier.19)

Op 14 mei werden de Franse infanteriesoldaten overal waargenomen. Cornelis Wisse (achttien jaar) zag lange colonnes soldaten over de ‘s-Gravenpoldersedijk naar Schore lopen. Ze waren klein van stuk, rond de dertig jaar, in een correct tenue en zeer gedisciplineerd. In de colonnes waren weinig Noord-Afrikanen. Tussen de pelotons waren kanonnen en keukenwagens die door paarden werden getrokken. Er waren ook door paarden getrokken karren en wagens, op massieve rubberen banden of luchtbanden. Sommige waren geladen met kisten van gelijke grootte.20) Kapelle bestond uit een paar straten en vele boomgaarden, zelfs tot dicht bij het Kerkplein. De Fransen maakten graag gebruik van de boomgaarden. De hoogstamfruitbomen maakten de soldaten en de voertuigen onzichtbaar voor de alom aanwezige Duitse vliegtuigen. Bovendien konden ze in de schuren slapen. Adriaan Burger (twaalf jaar) zag de Fransen in de voormalige boomgaard Eversdijk aan de Biezelingsestraatweg dicht bij de School met de Bijbel (nu de Oude School). Waarschijnlijk was het een compagnie die daar met auto’s, motorfietsen en een keukenwagen bivakkeerde. De soldaten waren tussen de twintig en dertig jaar, zich bewust van de situatie, fanatiek en serieus bezig met de oorlog. Pottenkijkers werden hier weggestuurd.21) Op een dag werd het huis van de heer W. Rouw (35 jaar) op de hoek van de Spaartweg met de Postweg door de Fransen in beslag genomen. In de boomgaard werden 36 schuttersputten gegraven. Ze waren vierkant en ongeveer 1.20 m diep. Een zware mitrailleur bestreek de Postweg. Tussen het huis en de schuur werd met planken en balken een onderkomen gebouwd. De Fransen waren beleefd en argwanend tegelijk. Maar toen Rouw hen een paar eieren gaf kreeg hij schouderklopjes van een blije Fransman. Later werden ze door drie of vier Duitse vliegtuigen beschoten.22)

Govert van der Kuyl (negentien jaar) werkte bij boomgaard ‘Beenhakker’ van J.L. de Jager aan de Goessestraatweg. De Jager was reserve-officier en dus gemobiliseerd. Govert was voor het huis bezig toen Fransen het erf op kwamen en schuttersputten onder de bomen groeven. De soldaten waren beleefd, rond de 25 jaar en klein van stuk. De enige die in postuur opviel was een lange kapitein. (Na de gevechten verzamelden Kapellenaren uit eigen initiatief de Franse gesneuvelden. De groep van Govert vond de kapitein dood bij een sloot.) In de naburige boomgaard van Jozias de Jager werden twintig tot 25 Franse luxe auto’s in gewone kleuren onder de bomen gereden. Terwijl de Fransen zich installeerden werkte men gewoon door. Dit was overal in Kapelle het geval. Enkele dagen erna zag Govert een Duits vliegtuig laag aanvliegen. Het liet twee bommen los die in hun frambozentuin terecht kwamen. De bommen ontploften niet. Het vliegtuig kwam neer op het land van zijn oom J. van Wingen. Franse soldaten renden naar het toestel en Govert volgde hen. Ze zagen drie Duitsers uit de cockpit komen. Twee vluchtten direct, de derde stond op de vleugel en schoot in de brandstoftank. Een Franse soldaat riep: ‘Attention, explosion’ (Pas op, ontploffing). Ze doken in een sloot en er volgde een explosie. Een motor kwam neer op het land van Marien Bom. De drie Duitsers werden spoedig gevangen genomen.23)

De angst voor parachutisten en een vijfde colonne was algemeen in de oorlogsdagen. Het was ook de oorzaak van incidenten. Piet Sinke, de knecht van de heer Dees, vertelde het volgende aan Cornelis Wisse. De heer Dees haalde in zijn Chevrolet, waarin ook zijn vrouw en kinderen zaten, zijn schoonouders op in de Stationstraat 43 in Kapelle. Toen hij naar de Willem-Annapolder terug wilde rijden werd de auto beschoten. De vier volwassenen vonden de dood, de twee jonge dochters die op de grond lagen bleven ongedeerd. Waarschijnlijk had hij een stopteken genegeerd. Een Nederlandse soldaat, die tijdens de mobilisatie bij C. de Waard in de Nieuwe Kerkstraat ingekwartierd was, werd bij een ander incident gedood. Met paard en wagen bracht hij eten rond. Bij de Biezelingse spoorovergang namen Franse soldaten hem onder vuur. De Franse soldaten zagen weinig onderscheid tussen het Duitse en Nederlandse uniform en helm.24)

De gevechtstrein van kapitein Champy

Terwijl alle bataljons in Zuid-Beveland zich al op de verdediging voorbereiden was de gevechtstrein met het onmisbare materieel van het regiment nog in Zeeuws-Vlaanderen. Het materieel arriveerde in de morgen van 15 mei in Walsoorden. Er was geen veerboot beschikbaar en de oversteek zou met kleine boten gebeuren. Deze konden niet meer dan drie auto’s meenemen. Toen om 10.30 uur de inscheping zou beginnen, doken enkele Stuka’s (Sturzkampfflugzeuge) met gillende sirene op de schepen en lieten hun bommen vallen. Een bom viel op vijftien meter van de oprijsteiger en maakte deze onbruikbaar. De boten sloegen haastig op de vlucht en lieten zich niet meer zien. Champy zag zich genoodzaakt om naar Terneuzen te gaan. Daar kreeg hij medewerking van de militaire autoriteiten die, na overleg met het Commando Zeeland in Middelburg, een veerboot regelden. Maar toen alle voertuigen op de boot waren gereden, weigerde de angstige bemanning om te varen. Pas nadat luitenant Hernandez met getrokken pistool duidelijk maakte wat van hen verwacht werd vertrok de boot. Op 16 mei om 02.30 uur reden de voertuigen in Hoedekenskerke uit de veerboot. Het was donker en nergens brandde licht. In de omgeving van de haven zag men verdacht uitziende burgers. Met gedoofde lichten reden de 55 voertuigen naar Kapelle. Uit tegengestelde richting ontmoetten zij onverlichte voertuigen, groepen burgers en Nederlandse soldaten. In het Oosten gingen lichtkogels omhoog en bleven een poos in de lucht hangen. Het was een spookachtig tafereel. Het gedreun van artillerie-inslagen was boven het motorlawaai uit te horen. Het was duidelijk dat het regiment al in gevecht was.

De tocht in het duister, onverlicht en zonder gedetailleerde kaart verliep langzaam. Gelukkig stelde een Franssprekende Nederlandse officier zijn chauffeur en auto als gids ter beschikking. Champy nam plaats in de auto en de tocht werd met verhoogde snelheid voortgezet. Het artillerievuur verhevigde en meer Duitse vliegtuigen waren nu hoorbaar en zichtbaar. Plotseling stond de colonne stil. De voorste auto lag omgeslagen in de berm, iets verder vond men Champy bewusteloos op de grond. De Nederlandse chauffeur was onvindbaar. De kapitein werd naar het St. Joanna ziekenhuis in Goes gebracht waar men een bekkenfractuur constateerde. Naast hem lag luitenant Hatton van de 68e Groupement de Reconnaissance de Division d’Infanterie. In dezelfde nacht was hij met zijn motor tegen een onverlicht voertuig gereden. Luitenant Huguet nam het bevel over en zette de tocht voort. Onderweg kon hij ternauwernood de voortsnellende Duitse detachementen ontwijken. Toen de gevechtstrein Kapelle bereikte waren de compagnieën al in een gevecht gewikkeld.

 

Einde deel 3