De Franse Slag: deel 2

De Franse Slag,
De strijd van het Franse 271e Régiment d’Infanterie, in de globale driehoek Kapelle,
Wemeldinge, Hansweert.

Deel 2

Het 271e Régiment d’Infanterie/60e Division d’Infanterie

Het regiment werd midden 1939 opgericht als een Categorie-B eenheid. In alle opzichten was het kwalitatief en kwantitatief middelmatig. De soldaten en (onder)officieren bestonden uit oudere reservisten, vaak rond de 35 jaar. Het waren vooral landbouwers en arbeiders afkomstig uit Sarthe, Mayenne, Bretagne en Parijs en omgeving. Een kwart van de officieren en een aantal onderofficieren had in de Eerste Wereldoorlog gestreden. De bewapening was onvoldoende en verouderd. Een beperkt aantal vrachtauto’s en vooral paarden en wagens verzorgden het transport, dit zou later grote problemen veroorzaken. Door oefeningen werd het geleidelijk aan een inzetbare eenheid. In september 1939 vielen de Nazi’s Polen binnen en kwamen Frankrijk en Engeland formeel in oorlog met Duitsland. Het was geen grootschalig militair conflict, maar wel werden soms luchtbombardementen uitgevoerd en torpedeerden Duitse onderzeeboten geallieerde en neutrale schepen. Ook enkele Nederlandse schepen werden er het slachtoffer van. Engeland stuurde de British Expeditionary Forces (BEF) met tien divisies naar Noord-Frankrijk. De Fransen noemden de toestand de Drôle de Guerre en de Engelsen Phoney War.

In deze grimmige sfeer werd het 271e Regiment d’Infanterie aan de Frans-Belgische grens ten oosten van Duinkerken geplaatst. De infanteriecompagnieën werden in boerderijen gelegerd en de oefeningen werden voortgezet. Op het rooster stonden o.a. marsen, het maken van prikkeldraadversperringen en schieten. Iedere compagnie had zijn eigen ‘roulante’, een door paarden getrokken keukenwagen. Soldaat Donatien Hamon uit Derval, één van de zeldzame jonge reservisten van 25 jaar, herinnerde zich: ‘Les repas ne sont pas terribles. On mangait souvent de la ratatouille et tous les jours une ration d’un quart litre de vin’.(De maaltijden waren niet slecht. We aten vaak ratatouille [een groenteprakje] en kregen elke dag een rantsoen van 1/4 liter wijn).14) Minder tevreden was men over het karige benzinerantsoen. Dat bracht creatieve chauffeurs op het idee panne door brandstofgebrek te simuleren. De bestuurders van de passerende lijnbussen waren nooit te beroerd om hun reservebenzine aan de militaire collega af te staan. Enkele keren werd er alarm gegeven en er was zelfs even sprake van dat het regiment naar Finland zou gaan. Meer dan eens vlogen ‘s nachts Duitse vliegtuigen over op weg naar Engeland. Maar voor de rest was het rustig.

271e Régiment d’Infanterie verplaatst zich naar Nederland

Op 10 mei om 06.00 uur nam een groep officieren afscheid van hun regimentscommandant op het station van Bergues. Hij moest zich in Parijs melden en vervolgens naar zijn standplaats in Noord-Afrika doorreizen.15) Hij had de vorige dag amper de tijd gehad om aan zijn opvolger, majoor Périer, de belangrijkste instructies en opdrachten door te geven. Gelukkig kon Périer rekenen op zijn chef-staf majoor Bourgon, die 14 dagen eerder gearriveerd was. Een uur later waren de officieren terug en ging men over tot de orde van de dag. Terwijl de auto’s en motoren van de verkenningsafdeling voor een oefening de poort uitreden rinkelde de telefoon bij de staf. Het bericht was kort: ‘Alert no.3 – D: 12 heures. Alarm’ (Alarmbericht nr. 3 – vertrek 12 uur) en dit keer verschilde het van berichten in april. Nu waren Duitse troepen echt in Nederland en België binnengevallen. Direct werden voorbereidingen getroffen voor de verplaatsing naar Nederland.

Copyright: Ewoud Voogd, SLZ (Stichting Landschapsbeheer Zeeland)

Copyright: Ewoud Voogd, SLZ (Stichting Landschapsbeheer Zeeland)

In de late middag vertrok het gemotoriseerde deel van het regiment als voorhoede. Via Oostende bereikte het op 11 mei om 02.30 uur de Zeeuws-Vlaamse grens bij Boekhoute. Belgische trams, die ‘s zomers toeristen naar de stranden brachten, vervoerden een ander deel van het regiment. De rijtuigen waren afgeladen en per bataljon konden slechts tien mitrailleurs en tien paarden worden meegevoerd. Bij aankomst in Zeeuws-Vlaanderen werd de oever van de Westerschelde bezet. Het 1e Bataljon installeerde zich in Terneuzen en Walsoorden. De 68e Groupement de Reconnaissance de Division d’Infanterie en het 3e Bataljon richtten zich in de omgeving van Breskens. Het 2e bataljon bleef als reserve in Watervliet aan de Belgisch-Nederlandse grens.

Het materiaal van het regiment werd in de gevechtstrein en de goederentrein meegevoerd. De gevechtstrein bestond uit 55 vrachtauto’s en bestelwagens onder leiding van de kapitein Champy. Beladen met (reserve)munitie, radio’s, voedsel en ander belangrijk materiaal. Tijdens de verplaatsing volgde die de voorhoede en bij de verdediging moest ze de eenheid op een zo kort mogelijke afstand verzorgen. Maar door het gebrek aan transportcapaciteit tijdens de verplaatsing naar Nederland vervoerde de gevechtstrein ook mortieren, munitie en ander materiaal dat normaal gesproken bij de eenheid behoorde te zijn. Dit zou zich later wreken. De goederentrein vervoerde het overige materiaal dat pas in een later stadium van belang was. De goederentrein was hippomobile, dat wil zeggen het vervoerde alles met paard en wagens. In deze colonne liepen ook soldaten mee die (later) van verlof terugkwamen, artilleristen die hun 25 mm kanonnen niet hadden ontvangen en het verkenningseskadron te paard. Stapvoets verplaatste de vijfhonderd man tellende colonne zich naar Nederland.

 

11-13 mei, Zeeuws-Vlaanderen

Met de aanwezigheid van de bataljons aan de Westerschelde was aan de eerste opdracht voldaan. In Breskens konden de soldaten de luchtgevechten tussen Franse en Duitse vliegtuigen boven Vlissingen volgen. Een Duits vliegtuig stortte brandend neer op Walcheren. Een oude Franse Potez van de basis in Calais viel in Watervliet te pletter. De bemanning redde zich per parachute en werd door de soldaten van het 2e Bataljon verwelkomd. Dit was de enige keer dat de Franse soldaten hun eigen vliegtuigen boven Nederland zagen. De 11e en 12e mei verliepen zonder bijzonderheden. De eenheden hielden zich bezig met de legering, onderhielden de onderlinge verbindingen en voerden andere routinetaken uit. De luchtdoelkanonnen bewaakten het luchtruim. Het leek net of ze op oefening waren. Alleen de hoog in de lucht ronkende Duitse vliegtuigen en de burgers die een voor de soldaten onverstaanbare taal spraken herinnerden hen aan de werkelijkheid. Louis Poirier van het 132e Régiment d’Infanterie in Ossenisse schreef over het landschap in zijn ‘La sieste Hollandaise’ onder het pseudoniem Julien Gracq. ‘Dit landschap, recentelijk ingepolderd, komt net uit het water, wat duidelijk zichtbaar is, in de ontluikende bloemenpracht van kort na de zondvloed. En toch, de leegte en de en de stilte van deze weelderige gronden in intrigerend (…) …verovert behoedzaam via de uiterste randen dit Eden van gefabriceerd groen….16)

In de avond van 13 mei kwam onverwacht alarm: ‘Gereedmaken voor vertrek’.

organigram 271e regiment

Copyright: Oorlogsmuseum Vitality

 

14 en 15 mei: oversteek en inrichting van de verdediging in Zuid-Beveland

In de vroege avond van 13 mei kregen de eenheden opdracht zich klaar te maken voor vertrek op korte termijn. Onder dekking van de duisternis zou de Westerschelde worden overgestoken. Daarna moest een verdediging aan de westzijde van het Kanaal door Zuid-Beveland worden ingericht en een bataljon van 224e Régiment d’Infanterie aan de Oosterschelde worden afgelost. In Walsoorden werd het 1e Bataljon in pendeldienst naar Hansweert overgevaren. ‘Priez pour nous’ riepen ze naar de inwoners toen ze naar de Vlakebruggen liepen.17) De veerboot van Terneuzen bracht het 2e Bataljon, delen van de artillerieafdeling en de Groupement de Reconnaissance de Division d’Infanterie naar Hoedekenskerke. De oversteek verliep traag en het 3e Bataljon stak over op klaarlichte dag. De altijd aanwezige Duitse vliegtuigen zagen ongetwijfeld de transporten, maar ze ondernamen geen actie. De regimentstaf, de ondercommandanten, verkenners en kwartiermakers vertrokken met de eerste boot. De staf begaf zich naar de commandopost van het bataljon van 224e Régiment d’Infanterie in Goes. Er werd informatie uitgewisseld en de aflossing geregeld. De bataljons- en compagniescommandanten gingen hun vakken verkennen. Hierbij hadden zij alleen Michelinkaarten van 1: 200.000 ter beschikking. Om onduidelijke redenen hadden de Franse eenheden in Nederland niet de gebruikelijke stafkaarten van de schaal 1:50.000. Ook de Franse eenheden in Noord-Brabant ondervonden dit euvel. Na ontscheping liepen de eenheden naar de hun aangewezen vakken aan het Kanaal door Zuid-Beveland. Zonder te aarzelen werd er aan de verdediging gewerkt.

Luitenant Courtois kreeg opdracht het regimentsgebied te verkennen en contact te maken met de Nederlandse troepen. Daarna rapporteerde hij zijn bevindingen. Tussen Wilhelminadorp en Kattendijke was een bataljon van 224e Régiment d’Infanterie. Tussen Kattendijke en Wemeldinge bevond zich een Nederlandse eenheid. Ze wisten niet hoe de toestand ten oosten van het kanaal was. Bij Wemeldinge lagen twee Franse oorlogschepen. Ze gaven regelmatig vuur af op de omgeving van de Kreekrakdam. De Postbrug was opengedraaid en voorzien van springstof. De brug in Wemeldinge was eveneens voorbereid voor vernieling, maar was geopend voor het verkeer. Ondertussen werden de overige eenheden naar Zuid-Beveland overgebracht. De laatste ontscheepte in Hoedekenskerke om 22.00 uur. Sommige werden met gevorderde vrachtauto’s vervoerd, de meeste moesten lopen in de donkere en broeierige nacht. De tocht vorderde moeizaam. Onderweg kwam men groepen vluchtelingen tegen. Onverlichte voertuigen reden hen voorbij of doorkruisten de colonne. Het grommen van de Duitse vliegtuigen in de donkere lucht was angstaanjagend. Het 3e Bataljon moest ongeveer dertig kilometer lopen en het 2e Bataljon twintig. Zonder goede kaarten verdwaalden de meeste eenheden.

Vanaf het aanbreken van de dag werden zij onophoudelijk door vijandelijke vliegtuigen gemitrailleerd. De verliezen waren gering. Van de eigen luchtmacht was geen spoor te bekennen. Op 15 mei tussen 06.30 en 09.00 uur bereikten de laatste eenheden hun vakken en groeven zich in op de dijk. De verdedigingsvakken waren als volgt ingericht.

-1e Bataljon: Hansweert-Vlakebrug, met het 1e Compagnie: Vlakebruggen, 2e Compagnie: Schore oostrand, 3e Compagnie: Hansweert

-2e Bataljon: Vlakebrug-Wemeldinge, 6e Compagnie: Postbrug, 5e Compagnie: Wemeldinge, 7e Compagnie: zuidelijk Wemeldinge

-3e Bataljon: Wemeldinge-Kattendijke, 11e Compagnie: oostelijk vak, 10e Compagnie: midden vak, 9e Compagnie: westelijk vak, met verspreid: luchtafweer. 68e GRDI: Kloetinge, 307e RA: omgeving Kapelle, Regimentsstaf: Kapelle.

 

Posities Franse troepen 1940

Copyright: Bron: Ewoud Voogd, SLZ (Stichting Landschapsbeheer Zeeland)

In de morgen van 15 mei verrichtte luitenant Robineau een aanvullende verkenning en hij bracht rapport uit aan de regimentsstaf:

Kanaal: breedte tachtig meter, diepte acht meter, hellingshoek oevers ongeveer 35%, niet doorschrijdbaar voor gepantserde voertuigen. Toestand van de overgangen: de verkeers- en spoorbrug bij Vlake waren vernield, maar onvoldoende. De spoorbrug kon te voet worden gebruikt. De sluizen waren niet vernietigd. Vele schepen waren aan de oostoever van het kanaal afgemeerd.

Het terrein was in het voordeel van de vijand. De hogere dijk aan de oostkant zorgde voor een dode hoek van vierhonderd à vijfhonderd meter. Dat gebied kon alleen met mortieren worden bestreken. Maar de meeste mortieren bevonden zich nog in de gevechtstrein. De schepen aan de overzijde kon de aanvaller als dekking of oversteekmiddel gebruiken. Aan de eigen zijde waren veel huizen, tuinen, boomgaarden en heggen die goede dekkingmogelijkheden voor een infiltrerende vijand boden. Na de oorlog zijn aan de infrastructuur belangrijke wijzigingen aangebracht. De Bonzijbrug was een smalle draaibrug en is nu een vast dijklichaam. Het sluizencomplex is buiten werking en de ingang van het kanaal is oostwaarts verlegd. De Postbrug was een smalle draaibrug, nu een vaste en deels beweegbare brug. Het brugwachtershuis is gesloopt. Bij de Vlakebruggen is de spoorbrug noordwaarts verplaatst. De verkeersbrug heeft nu een regionale functie. Een autosnelweg en tunnel vlakbij heeft de oost-west verbindingstaak overgenomen. In Hansweert is het sluizencomplex en dus ook de kanaalmonding verplaatst. Het kanaal is verbreed en de dijken verhoogd.

Einde deel 2

Comments are closed.