De Franse Slag: deel 1

Op 10 mei 1940 viel nazi-Duitsland Nederland binnen. Reeds op dezelfde dag arriveerden soldaten van het
L’Armée Giraud (Franse 7e Leger) in Zeeland en Noord Brabant. Oorlogsmuseum Vitality probeert in een
serie artikelen te belichten wat er 75 jaar geleden gebeurde. Het maakt gebruik van een artikel “De Franse
Slag” uit de Spuije van de Heemkundige Kring De Bevelanden en de Vereniging Vrienden van het
Historisch Museum De Bevelanden, Aflevering 75, Winter 2008 werd gepubliceerd.
De Franse Slag gaat vooral over de strijd van het Franse 271e Régiment d’Infanterie in de globale driehoek
Kapelle, Hansweert, Wemeldinge op 16 mei 1940, waarbij 84 Franse soldaten sneuvelden en een veelvoud
gewond raakte. Het is gebaseerd op verslagen van Franse officieren die hier streden, interviews van
Kapelse ooggetuigen en andere in de bronnenlijst genoemd. Deze wordt in een later deel gevoegd.
Oorlogsmuseum Vitality zal dit artikel waar nodig aanpassen en in gedeelten na februari 2015 op de website
plaatsen. Ook zullen er ook andere artikelen worden geplaatst die niet afkomstig zijn uit De Franse Slag.
Opmerkingen en aanvullingen zullen zeer op prijs worden gesteld.

Voorwoord

Priez pour nous’ (bid voor ons), riepen de Franse soldaten naar de inwoners van Hansweert toen zij naar hun posities aan het Kanaal door Zuid-Beveland liepen. Veel is geschreven over de meidagen van 1940 in Nederland. Over de inzet van de Franse eenheden die ons land kwamen helpen is echter weinig bekend. Dit artikel is een poging om de rol van het 271e Régiment d’Infanterie in de globale driehoek Kapelle, Wemeldinge en Hansweert te belichten. Het regiment had als eerste opdracht om de Zeeuws-Vlaamse oever van de Westerschelde te beveiligen. Vervolgens kreeg het bevel om aan de westzijde van het Kanaal door Zuid-Beveland de Duitse opmars naar Walcheren te verhinderen. Voortdurend aangevallen door vliegtuigen, verstoken van eigen luchtsteun en met gemis aan belangrijk materieel bezweek de verdediging op 16 al mei vrij snel. Een terugtocht op de Sloedam werd bevolen. Hier was niets voorbereid en na een korte strijd werd opdracht gegeven Walcheren te ontruimen.

Over de strijd van de Nederlandse en Duitse troepen is vrijwel alles geschreven en dat wordt hier dan ook achterwege gelaten. Wel wordt een korte schets gegeven van het Franse 7e Leger in Noord-Brabant tijdens de meidagen van 1940. In dit artikel worden vooral de soldaten van het 271e Régiment d’Infanterie en de burgers die de meidagen hebben meegemaakt aan het woord gelaten. Het verhaal van de soldaten werd na de oorlog door Colonel Vesque gebundeld in zijn zogenaamde ‘AVANT PROPOS’.1) Dit artikel is gebaseerd op dat verhaal en de handgeschreven verslagen van ondercommandanten van het regiment. De verhalen van de burgers, die veelal de gevechten in hun schuilplaatsen beleefden, werden in interviews vastgelegd. Om het verhaal te verduidelijken worden namen genoemd, bijvoorbeeld Postbrug, en posities op kaarten verklaard die van mij afkomstig zijn en uitsluitend ter verduidelijking dienen. Overigens zijn correcties hierop, of aanvullingen op het verhaal van harte welkom. Over het optreden van de Fransen worden hier geen conclusies getrokken. Die horen thuis in een publicatie na een allesomvattend onderzoek over het 7e Franse Leger (L’Armée Giraud) in Nederland.

Inleiding

De opbouw van een groot aantal Duitse divisies aan de Belgische en Nederlandse grens in 1939 was voor de Franse inlichtingendienst één van de aanwijzingen dat beide neutrale landen zouden worden aangevallen.2) De Fransen besloten in dat geval beide landen te hulp te komen. Er waren hier ook zakelijke redenen voor. Ten eerste zou de aanvalsroute via deze landen worden geblokkeerd en bleef de strijd buiten het eigen grondgebied. Ten tweede: de frontlijn werd verkort en de geallieerde sterkte vermeerderde met circa tien Nederlandse en 22 Belgische divisies.3)

Het 7e Leger van generaal Giraud werd voor de interventie aangewezen. De zeven divisies hiervan lagen aan de Frans-Belgische grens ten oosten van Duinkerken. Deze bereidden zich voor op de volgende opdrachten in Nederland: Direct na een Duitse aanval moesten Franse troepen in Noord-Brabant achter de Peeldivisie een verdediging inrichten, die doorliep naar het Albertkanaal. Met dat laatste werd een gat gedicht, dat de flank van de Peeldivisie bedreigde. Tevens werd de haven van Antwerpen beveiligd en de weg naar de Vesting Holland open gehouden. Ook moest Zeeland bezet worden om de vaarweg naar Antwerpen te beveiligen.4) In het diepste geheim maakte generaal Winkelman afspraken met het Franse opperbevel. De strikte Nederlandse neutraliteitspolitiek verhinderde de plannen op elkaar af te stemmen.

In de vroege ochtend van 10 mei vielen Duitse troepen Nederland binnen. Reeds in de avond arriveerde de Groupement Beauchesne in Middelburg. Met drie verkenningsafdelingen (2e, 12e en 27e Groupement de Reconnaissance de Division d’Infanterie) moest hij op Walcheren en Zuid-Beveland eventuele parachutisten- of zeelandingen bestrijden. Zodra het over zee aangevoerde 224e Régiment d’Infanterie (RI) in Zeeland zijn posities had ingenomen, moest de Groupement Beauchesne zich voegen bij de Franse eenheden in Noord-Brabant. Het konvooi van 224e RI (generaal Durand) werd op de rede van Vlissingen gebombardeerd. De schade was gering en in de nacht van 10 op 11 mei werd het versterkte regiment in Vlissingen ontscheept. Durand liet posities op Walcheren innemen en plaatste een bataljon aan de oever van de Oosterschelde bij Kattendijke.5) De vrees voor een Duitse landing vanuit Tholen bracht hem tot dit besluit. Hiermee zou de opdracht om een verdediging ten westen van het Kanaal door Zuid-Beveland in te richten genegeerd zijn.6) In de loop van de 11 mei bereikten de bataljons van het 271e Regiment Infanterie Zeeuws-Vlaanderen en bezetten de oever van de Schelde. De opdracht om de toegangswegen naar Antwerpen te beveiligen was hiermee volbracht.

In Noord-Brabant arriveerden op 11 mei om 03.20 uur de eerste eenheden van de 1e Division Légère Mécanique in Tilburg.7) Kort daarna werden deze gevolgd door de eerste eenheden van de voorhoede. De Fransen dachten achter de Peeldivisie en zijn drie reservedivisies een verdedigingslijn op te bouwen, die zuidwaarts aansloot op die van de Belgen.8) Op 6 april had generaal Winkelman echter opdracht gegeven de drie reservedivisies naar de Vesting Holland te verplaatsen, om daar zwakke plekken op te vullen. In de nacht na de Duitse aanval moesten zij zich naar de Vesting begeven. Hiermee verviel voor de Peeldivisie het ‘stand houden tot de laatste man’ en mocht het, zo nodig, zich vertragend terugtrekken.9) Slechts enkele officieren werden van deze wijzigingen op de hoogte gesteld. Op 16 april werd de Franse opperbevelhebber, generaal Gamelin, schriftelijk hierover geïnformeerd. De Franse ondercommandanten die naar Noord-Brabant trokken bleken hiervan niet op de hoogte te zijn. Zij waren dan ook zeer verrast toen zij geen krachtige Nederlandse verdediging in Noord-Brabant aantroffen.10)

In de vroege morgen van 10 mei werd bij Gennep de brug over de Maas door Duitse soldaten in Nederlandse uniformen veroverd. Een Duitse pantsertrein met een infanteriebataljon kon daardoor naar het Westen rijden. Net achter de verdedigingslijn van de Peeldivisie liep de trein bij Mill op een mijn en ontspoorde. Het bataljon steeg uit en viel de Nederlandse flank aan. Ook op andere plaatsen werd de Peelstelling aangevallen, waarbij de luchtaanvallen de troepen in verwarring brachten. In de loop van de dag werd de toestand kritiek.11) Om vernietiging te voorkomen werd opdracht gegeven om in de nacht terug te trekken achter de Zuid-Willemsvaart. De troepen waren totaal verrast, want de meeste stellingen waren nog niet aangevallen. Bovendien was eerder bevolen stand te houden. De terugtocht werd een chaos en pogingen om het verband te herstellen en een nieuwe verdediging in te richten mislukten. De Franse voorhoede kwam in colonnes terugtrekkende Peeltroepen terecht en kreeg spoedig vuurcontact met Duitse troepen.12) Met de achterhoede nog in opmars konden de Fransen niets anders doen dan vertragend terug te trekken.

Na 11 mei werden de Franse troepen in Noord-Brabant niet meer versterkt. De gebeurtenissen in België maakten dat te riskant. Enkele pogingen om de vijand tot staan te brengen onder meer bij Breda faalden. Delen van de 9e Panzerdivision stootte door de Langstraat naar de Duitse parachutisten bij de Moerdijk. Het Duitse IXe Armeekorps rukte op tussen het Albertkanaal en de Nederlandse grens naar de Vesting Antwerpen.13) De Maas werd tussen Namen en Sedan door de Duitsers overgestoken en dit bracht het hele Franse 7e Leger in gevaar om afgesneden te worden. In de morgen van 14 mei werden in de omgeving van Woensdrecht en Hoogerheide de laatste felle gevechten geleverd. Om 18.00 uur kregen alle Franse eenheden opdracht Noord-Brabant te verlaten en terug te trekken op de Vesting Antwerpen. De Duitse opmars zette zich voort naar Antwerpen, Rotterdam en Vlissingen.